Debatterende monniken van het Seraklooster

Het nieuwe jaar heeft nog amper een maand zijn intrede gedaan of de kranten staan alweer, of nog steeds, vol met discussies, onenigheid, verdriet en onrecht. 2019 begon overal in de wereld net zoals het oude jaar geëindigd is, lijkt het wel.
In Tibet moet het nieuwe jaar nog starten, zij volgen een kalender die gebaseerd is op de zon en de maan. Het Tibetaanse nieuwe jaar begint vier tot zes weken later dan wanneer wij in het westen het nieuwe jaar inluiden. Het Tibetaanse jaar 2146 wordt op 6 februari ingeluid.

Er wordt veel gediscussieerd in de wereld. Tegenwoordig kan je de tv of radio niet aanzetten of het ene debat na het andere komt voorbij.
In Tibet krijgen de monniken in de kloosters les in debatteren. Debatteren is een belangrijk onderdeel in de opleiding van een monnik, het kennisniveau van de boeddhistische leer wordt eraan afgemeten. Monniken, met name in de grote kloosters, nemen een speciale positie in. Klooster hebben in Tibet niet alleen een religieuze functie, van oudsher zijn het ook politieke instituten van waaruit voor een groot deel werd bepaald welke koers het land volgde.
Hieronder een gedeelte uit het hoofdstuk van mijn boek “Nepal & Tibet, goden en devotie” dat ik schreef over de debatterende monniken van het Seraklooster in Lhasa dat ik graag met jullie wil delen.

Ik kan niet wachten om de debatterende monniken te zien, die ik al kan horen in de verte. In 2011 ben ik niet mee geweest naar het Seraklooster. Ik was behoorlijk moe van alle indrukken en had last van de hoogte en dacht dat ik de debatterende monniken onderweg op mijn reis nog wel tegen zou komen. Helaas was dit niet zo en ik ben blij dat ik nu een herkansing krijg. Ik merk aan mezelf, dat ik zelfs een beetje zenuwachtig word als ik door de opening in de witte muur loop. Achter de muur loopt een pad, dat om de lagergelegen tuin heen ligt. Verdeeld over de tuin wel tientallen groepjes met monniken, gehuld in lange bordeauxrode gewaden. Deze kleur staat symbool voor hun connectie met Boeddha. Ik denk dat het er in totaal wel 100 zijn. Dit alleen al geeft een mooi kleurrijk beeld. In elk groepje staat een monnik, die zijn stelling beargumenteert aan de overige zittende monniken. Hij doet dit door in zijn handen te klappen om zijn stelling kracht bij te zetten. Hij staat met zijn voeten iets uit elkaar. Tijdens het klappen verplaatst hij zijn gewicht van het midden van zijn lichaam langzaam naar achteren. Een soort schommelbeweging, waarbij hij met zijn voorste voet de lucht ingaat. Sommige van de zittende monniken reageren weer op de stelling van de staande monnik en na een tijdje een discussie gevoerd te hebben, gaat er iemand anders staan en begint het hele schouwspel van debatteren opnieuw. Wat mij vooral opvalt, is dat ze hier eerst wachten totdat iemand is uitgesproken. Alles lijkt heel beheerst te gaan, ondanks dat sommige discussies hevig lijken. Jammer dat ik de taal niet begrijp en dus niet meekrijg wat de stellingen zijn. De meesten hebben een malaketting in hun handen. De 108 houten kralen laten ze langzaam door hun handen gaan.
Een stukje verderop ga ik op het muurtje zitten, die om de tuin ligt om alles nog eens rustig te bekijken. We hebben nog even gewacht tot de meeste toeristen weg waren. Dat is het voordeel van reizen met een eigen gids. Je hebt dan iets meer de tijd om ergens langer te blijven. Achter mij komt een familie staan, een vader en een moeder met haar dochtertje op haar rug. Het kleine kind is vanaf haar oksels tot ver over haar voeten in een deken gewikkeld. Met een sjaal is zij op de rug van haar moeder gebonden. Ze kijken nieuwsgierig naar mijn fototoestel en als ik hen de foto, die ik net heb gemaakt, op het achterscherm laat zien, beginnen ze te wijzen en te lachen. Ik begrijp niet helemaal wat ze bedoelen, maar dat mag de pret niet drukken. Het valt mij op dat het kindje wat zwart roet op het puntje van haar neus heeft en moet denken aan wat Kadol eerder op de dag heeft verteld in de kapel van Tamdrin, de hoofd-beschermgod van Sera. Zijn naam betekent ‘paardenhoofd’. Wie zijn hoofd in het altaar van Tamdrin steekt, ontvangt zo zijn zegening. Deze zorgt voor een goede gezondheid voor kinderen en kleinkinderen. Kinderen krijgen een beetje roet op hun neus als zegening. De legende gaat dat het ook zou helpen tegen hondsdolheid bij volwassenen. Gelukkig ben ik hiertegen ingeënt en hoef ik niet op de legende alleen te vertrouwen.

Vrouw met kind op haar rug, foto van auteur

Het boek “Nepal & Tibet, goden en devotie” is te verkrijgen in de Tibetwinkel,
Spuistraat 185A, 1012VN Amsterdam info@tibet.nu
Alle foto’s bij dit artikel zijn van de auteur

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail